Red Ons Leefmilieu!

Of Rudy OnLine?

Groene energie?

| 0 comments

Hoe groen is sommige groene energie die door de industrie en de politiek gepromoot wordt? Niet al te groen als men de zaken eens wat nader bekijkt. Eerder behoorlijk donkerbruin. Zoals gewoonlijk gaan zakelijke belangen voor op milieubelangen. Immers, “Après nous le déluge!”, nietwaar?

Palmolie

Laten we om te beginnen eens volgend krantenartikel in ogenschouw nemen:

Volgens een Britse overheidsstudie zijn ‘milieuvriendelijke’ biobrandstoffen schadelijker voor de planeet dan normale fossiele brandstoffen. Dat meldt The Times. Indien het aandeel van biobrandstof groter wordt, leidt dat tot honderdduizenden hectare verwoest bosgebied. De wouden moeten immers platgebrand worden om plaats te ruimen voor plantages.

Meer emissie
Het gebruik van palmolie in plaats van fossiele brandstof zou zo de CO2-uitstoot met 31 procent doen toenemen, en daarmee net het omgekeerde bereiken van wat de Europese Commissie beoogt. De doelstelling van de Commissie is namelijk dat elke liter biobrandstof 35 procent minder emissie tot gevolg heeft in vergelijking met zijn fossiele tegenhanger.

Volgens The Times, die de studie kon inkijken, uitte het Directoraat-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling van de Commissie in een interne memo zijn ongerustheid over deze cijfers, die de winstgevende Europese industrie van biobrandstoffen schade kunnen toebrengen. Momenteel moet 3,25 procent van alle verkochte brandstoffen afkomstig zijn uit gewassen. Dat cijfer zou tgen 2020 moeten stijgen tot 13 procent.

Nieuwe regels
Europa zou nu proberen om deze doelstelling veilig te stellen door nieuwe regels uit te vaardigen die zeggen dat palmolie wel degelijk ‘duurzaam’ is indien ze gewonnen wordt in een ‘voortdurend bebost gebied’. Die regels zouden er ook voor kunnen zorgen dat het omvormen van bos naar palmplantage niet in strijd met de EC-criteria is.

Nochtans heeft het platbranden van regenwoud om er een biobrandstofplantage van te maken nogal wat nefaste gevolgen voor het milieu. Door het platbranden komt er zoveel koolstof vrij, dat het voor de palmolieplantage liefst 840 jaar duurt om die weer op te nemen.

Diersoorten bedreigd
Los daarvan houden dergelijke bioplantages ook gevaren in voor de biodiversiteit. Zo heeft de vernietiging van regenwoud op het Indonesische eiland Sumatra geleid tot de bijna-uitroeiing van de orang-oetan in de regio. Momenteel nemen palmolieplantages er vier keer zoveel land in beslag als het regenwoud, het natuurlijke habitat van het dier.

Kort samengevat, we veranderen de regeltjes, en alles is in orde. Waarschijnlijk in de leer geweest bij ons Belgen. Indertijd hebben ze hier in het Antwerpse de normen voor drinkbaar water ook een beetje naar beneden bijgesteld. Alle water is nu weer drinkbaar. Toch?

Palmolieplantages worden ook in verband gebracht met conflicten (lees: oorlogen) en de werkomstandigheden zijn er meestal verre van optimaal. Ook indien Europees koolzaad wordt ingezet, kan dit indirect een negatieve impact creëren. Er is dan minder koolzaadolie beschikbaar voor de voedingsindustrie, die dan naar alternatieven moet zoeken voor haar plantaardige voedingsoliën. Palmolie bijvoorbeeld.

Kern van het artikel is uiteraard: “de winstgevende Europese industrie van biobrandstoffen”. Moet er nog zand, eh, palmolie zijn, beste mensen? Men weet intussen dat grote delen van onder meer Indonesië en Maleisië het slachtoffer geworden zijn van deze zogenaamde winstgevende industrie. Daar gaat de natuur, en de biodiversiteit.

Misschien moeten we dat winstgevend eens wat beter bekijken. Dit gaat uiteraard alleen om geld. De kosten voor de natuur en het milieu, en daarmee onrechtstreeks voor de mens worden hier nooit bijgerekend.

Men brandt eeuwenoude wouden plat om er een monocultuur van palmbomen te bouwen. Oerwouden die verdwenen zijn voor ze goed en wel konden onderzocht worden. Met alle gevolgen vandien. Zoals de massale CO2 uitstoot die blijkbaar in geen geval kan opgevangen worden door de aanplant van de palmbomen. Ook het vrijkomen – als gevolg van dat platbranden – van opgeslagen koolstof uit turfgronden dienen we in rekening te brengen. En dan hebben we het nog niet over al de dieren die levend verbranden omdat ze nou toevallig in de weg zitten van die winstgevende industrie.

Iedereen die iets van biologie afweet, weet dat monocultures nogal kwestbaar zijn. Dus zal daar ook wel hier en daar een beetje kwistig met giffen omgesprongen worden, vrees ik. Ook al niet zo best op termijn.

En dan is er het transport. Want die olie moet ook nog eens hier geraken, natuurlijk. We zorgen niet alleen voor massale uitstoot door de bosverbranding, maar doen er dan nog een schepje bovenop met transport. Groen zegt u? Nou, ik kan er maar groentjes om lachen…

En dan geven onze politiekers daar nog eens “groene stroomcertificaten” voor, als er centrales met zo’n “groene” palmolie gestookt worden. Tot 2007 werd er niet naar gekeken, maar nu is er een label dat de origine van die palmolie moet garanderen. Mooi, in theorie. Wie doet precies de controle?

Om te zien wat we eigenlijk allemaal (weer eens) naar de fillistijnen aan ‘t helpen zijn, in naam van het grote Gouden Kalf, laat ik u volgend artikel eens doornemen.

Een vogel etende kikker met vangtanden en een luipaardgekko met oranjekleurige kattenogen behoren tot de 163 nieuw ontdekte dier- en plantensoorten in Azië. Wetenschappers vonden de dieren vorig jaar langs de machtige Mekong tussen het zuidwesten van China en Vietnam. Dat deelde de internationale natuurbehoudsorganisatie WWF in Bangkok mee. Hun biotoop is echter acuut bedreigd: nog slechts vijf procent van het landschap is intact en de klimaatsverandering versnelt de gevaren voor planten en dieren.

Nog honderden soorten
“De nieuwe vondsten tonen aan dat in het Greater Mekong-gebied vermoedelijk nog honderden soorten op hun ontdekking wachten”, zei WWF-zoetwaterdeskundige Martin Geiger. “Ze riskeren echter uit te sterven, nog voor wetenschappers ze hebben gezien.” Onder de spectaculaire ontdekkingen zijn orchideeën, palmen, bananen, reptielen, kikkers, zoogdieren en een Nonggang-tatelaar of Stachyris nonggangensis, een vogel die liever lijkt te wandelen dan te vliegen.

Vangtanden
De biologen beschrijven een kikker met een buitensporig grote kop en vangtanden uit Thailand (Limnonectes megastomias), die andere kikkers en vogels eet. Zelfs soortgenoten zijn voor hem niet veilig, zo stelden wetenschappers vast. “De ontdekte luipaardgekko is een biologische sensatie”, zei Geiger. “Zijn doodringende kattenogen en zijn vlekkenpatroon kunnen hem echter noodlottig worden. Ze maken van hem een goudmijn voor handelaars in reptielen.” Het dier heet met zijn Latijnse naam Goniurosaurus catbaensisijus. Op een eiland voor Vietnam ontdekten biologen een nieuw soort grottenotter (Cryptelytrops honsonensis). Hij is een halve meter lang en heeft 92 tijgerstrepen op zijn strogeel lijf.

Ecoysteem
De meer dan 4000 kilometer lange Mekong ontspringt in Tibet en stroomt door het zuidwesten van China over Myanmar, Laos, Thailand en Cambodja tot Vietnam, waar hij in zee uitkomt. De ecosystemen in de regio zijn door het omleggen van waterlopen en het kappen van bossen voor palmolie- of commerciële houtplantages bedreigd. In de regio zijn 240 grote stuwdammen gebouwd en gepland, schrijft de WWF.

Klimaatsverandering
De problemen worden nog vergroot door de klimaatsverandering. In de regio is het al warmer geworden en het zoetwater wordt al schaarser. Droogteperioden en overstromingen nemen volgens de WWF toe. De organisatie wil grensoverschrijdende beschermde zones en een gezamenlijke strategie van de landen voor de aanpassing aan de klimaatswijziging.

O zo groen en milieuvriendelijk, die palmolie. Nietwaar? Of begint u intussen misschien ook lichtjes te twijfelen? Nog een extra duwtje nodig om u helemaal over de streep te krijgen?

Het bedrijf Nestlé is een van de oorzaken die het regenwoud van de orang-oetan bedreigt. Dat stelt Greenpeace in een rapport. Ze gebruiken palmolie van een producent die steeds grotere delen van het regenwoud vernietigt.
Voor producten als Kit Kat gebruikt het voedingsmiddelenconcern Nestlé onder meer palmolie van Sinar Mas, de grootste palmolieproducent van Indonesië. Deze groep slokt steeds meer regenwoud en veenmoeras op. Het gaat om gebieden die enorme hoeveelheden CO2 vasthouden, dat nu in de atmosfeer vrijkomt. De tropische bossen zijn ook het leefgebied van de met uitsterven bedreigde orang-oetan, zegt Greenpeace.

Banden
Nestlé verwerkt 320.000 ton palmolie in een waaier van producten, waaronder Kit Kat, aldus de milieuorganisatie. Hun rapport komt er na verscheidene pogingen van Greenpeace om Nestlé ervan te overtuigen zijn banden met Sinar Mas te verbreken. Andere grote bedrijven als Unilever en Kraft hebben hun contracten met de groep wel opgezegd.

Kit Kat
Om Nestlé onder druk te zetten, voert Greenpeace een onlinecampagne waarbij het webfilmpje “Have a break” illustreert wat een “break” met Kit Kat echt betekent. “Wanneer je in een Kit Kat-reep bijt, neem je eigenlijk een hap uit het Indonesische regenwoud, dat essentieel is voor het overleven van de orang-oetan. Nestlé moet de orang-oetan een break geven”, zegt An Lambrechts, die bij Greenpeace België de bossencampagne leidt.

Indonesië
Indonesië is een van de landen waar de ontbossing snel om zich heen grijpt. Een belangrijke oorzaak zijn de palmolieplantages. Daardoor heeft Indonesië de op twee na grootste uitstoot van broeikasgassen ter wereld, na China en de Verenigde Staten.

Niet mis, die uitstoot van Indonesië hé? Voor een ontwikkelingsland doen ze ‘t lang niet slecht op dat vlak. Of moedertje natuur er zo geweldig mee opgezet is, is weer een andere vraag.

Kernenergie

Volgens de kernlobby en vele politici dé schone energiebron bij uitstek. Juist. En zeer veilig ook natuurlijk, geen enkel probleem voor mens en milieu. Maar wat moeten we dan hiermee aanvangen?

Het Franse overheidsbedrijf Areva heeft het gebied rond de uraniummijnen in Niger niet heeft ontsmet, zoals het eerder beweerde. Dat beweert milieuorganisatie Greenpeace. In de steden en plattelandsgebieden nabij de mijnen blijft de radioactieve straling, die zo’n tachtigduizend inwoners kan schaden, daardoor te hoog.
Toen in de jaren zestig uranium werd ontdekt in Niger, dachten velen dat het radioactief mineraal het land zou verlossen van alle economische en sociale problemen waar het al jaren mee worstelde. Vijftig jaar later suggereren onderzoeken dat uranium letterlijk een vergiftigd geschenk blijkt, zowel voor de bevolking als voor de politiek van het land.

Volgens de Human Development Index (HDI) is Niger momenteel het armste land ter wereld. Er heerst een politieke crisis die mede wordt veroorzaakt door de nucleaire industrie van het land.

Volksgezondheid
Voor de volksgezondheid zijn de uraniummijnen geen zegen. Volgens een rapport van Greenpeace zijn er nog steeds te hoge radioactieve stralingen nabij de Nigeriaanse mijnen. De straling is het hoogst in de mijndorpen Arlit en Akokan, zo’n 85 kilometer ten noordoosten van de hoofdstad Niamey. Zo’n tachtigduizend Nigerianen bevolken deze dorpen en de nabijgelegen gebieden.

“We vonden gevaarlijke hoeveelheden radioactieve straling in de straten van Akokan”, zegt Rianne Teule, nucleair expert bij Greenpeace. “Op sommige plaatsen was de gemeten straling zelfs tot vijfhonderd keer hoger dan de toegelaten norm. Maar ook in het drinkwater van Arlit vonden we een radioactieve concentratie die veel hoger ligt dan de opgelegde grens van de Wereld Gezondheid Organisatie (WHO).”

“Een persoon die zich elke dag minder dan één uur aan deze straling blootstelt, krijgt meer dan de jaarlijks toegestane straling te verwerken die wordt opgelegd door de Internationale Commissie voor Radiologische Bescherming. Areva had eerder al bevestigd van het bestaan en de oorsprong van de radioactieve straling af te weten”.

Landbouw
Het recente rapport van Greenpeace bevestigt de eerdere bevindingen van Franse milieuorganisaties. In 2007 ontdekte een inspectieteam van de Franse Onafhankelijke Onderzoekscommissie naar Radioactiviteit (CRIIRAD) en de Nigeriaanse milieuorganisatie Aghir In’Man al hoge radioactiviteit in de straten van Akokan. In de buurt van het ziekenhuis van de stad was de straling tot honderd keer groter dan de normale waarden. De grote boosdoener was een radioactief gesteente afkomstig uit de buurt van de mijnen dat werd gebruikt om wegen aan te leggen.

De Franse hydrogeoloog Alain Joseph, die in de regio werkt, vreest dat de ganse landbouweconomie is het noordoosten van het land zal verdwijnen. “Doordat de vele uraniummijnen teveel van het schaarse water verbruiken wordt de levenswijze van de Tuareg, Fula, Kounta en andere nomadenvolkeren in de noordelijke regio van het land bedreigd.”, zegt hij.

Vorig jaar nog keurde Niger 139 onderzoeksprojecten naar uranium goed voor landen als China, Australië en Canada.

Oeps… foutje met de komma? Niet moeilijk om zo’n toeren uit te halen in een straatarm land, natuurlijk. Een beetje geld in de juiste pollekes stoppen, en je hebt als bedrijf verder nergens meer last van. Nou ja, misschien met een paar van die groene jongens uit de meer doorvoede werelddelen, maar wie ligt daar nu wakker van?

De winning van kenbrandstof is dus al een groot milieuprobleem. Althans zeker op sommige plaatsen. En de verwerking is ook al niet zo’n geweldige bedoening.

En qua veiligheid, nou, er zijn hier en daar al probleempjes geweest met kerncentrales. U moet voor de aardigheid eens op een kaart kijken waarop dergelijke centrales aangegeven staan. Meestal staan die nogal dicht bij de landsgrenzen. Zou dat zijn om de buren te laten meegenieten? In Belgenland maakt het niet zoveel uit waar je zo’n ding neerpoot. Het land is maar een voorschoot groot, en volgens de regeringsleden ten tijde van Tsjernobyl zijn alle Belgen zeer goed bestand tegen radioactiviteit, want er was volstrekt niets aan de hand. De sla uit de moestuin even onder de kraan houden was ruim voldoende. Juist ja…

En de opslag naderhand. Nu weet ik ook wel dat licht radioactief afval niets voorstelt, u mag het naast mijn bed komen leggen, ik zal er niet van wakker liggen. Maar daar hebben we ‘t natuurlijk niet over, maar wel over middel en zeker over zwaar radioactief afval. Vroeger (en waarschijnlijk nog steeds) gewoon in zee te dumpen. Tegenwoordig op te slaan in zogenaamde stabiele aardlagen. Hoe stabiel zijn die aardlagen en wie zal mij garanderen dat die ook stabiel blijven? Wel, dat laatste is een beetje een probleem. In feite speculeren we er op dat de lagen die nu stabiel zijn, dat de volgende 100 000 jaar ofzo ook nog wel zullen zijn. Het handige daaraan is natuurlijk dat de verantwoordelijken er tegen dan niet meer zullen zijn…

Of is het allemaal niet zo ernstig als sommigen denken?

Oplossing?

Wel, zijn er dan wel oplossingen? Uiteraard zijn die er. Ik zal er nog menig artikel aan wijden, maak u geen zorgen. Laat ik alvast een tipje van de sluier oplichten. Daar zijn de manieren waarop we bouwen en wonen. En daar is windenergie en zonne-energie. Daar zijn warmtepompen. Daar is energievriendelijke technologie. Daar zijn milieu- en energievriendelijke productiemethoden en verpakkingen. Daar is nog vanalles. En tenslotte bent u daar zelf ook, u kunt ook uw steentje bijdragen.

Leave a Reply

Required fields are marked *.


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.